Op 18 mei jl. vond het colloquium “Duurzame en strategische inzet van uw onderwijsvastgoed” plaats met deelnemers uit de wereld van de lokale overheid en het voortgezet en middelbaar en hoger beroepsonderwijs.

Centraal vraagstuk was het inzetten van het vastgoed als strategisch bedrijfsmiddel voor de core business van de onderwijsinstellingen. Onderwijshuisvesting is immers een belangrijk bedrijfsmiddel waarmee sturing kan worden gegeven aan de onderwijsambities en –doelstellingen. 

Ad van Driel, directeur van Coresta Institute, ging in op het belang van het strategisch vastgoedbeleid en welke aspecten een rol spelen in een vastgoedstrategie. 

Krijno van Vugt van M3V adviespartners ging in op de omslag die nodig is in het onderwijsveld of maatschappelijk veld. Teveel wordt huisvesting nog gezien als een kostenpost in plaats van een vorm van waardecreatie, belegging en functionaliteit die leidt tot betere onderwijskwaliteit. Het belang van huisvesting vraagt van instellingen een actief portefeuillemanagement van een instelling. Voortdurend moet op basis van bijvoorbeeld verandering van leerlingenaantallen, een veranderende vraag naar opleidingen, de andere rol van instellingen in de maatschappij de vastgoedportefeuille van een instelling worden beoordeeld zodat keuzes gemaakt worden met betrekking tot het wel of niet handhaven van locaties, het wel of niet in eigendom hebben van het vastgoed e.d. 

Bram Heijnsbroek van Coresta Finance ging in dit verband in op nieuwe financieringsvormen voor het onderwijsvastgoed, waaronder de commanditaire vennootschap (CV). Dit is een soort sale- and leasebackconstructie die tot nu toe wordt toegepast in de vastgoedsector en bekend is van de scheepsbouw. Kenmerkend is dat in een CV private en bancaire middelen samenkomen terwijl de gebruiker van het vastgoed wel aan het stuur blijft en grip houdt. Ook voor onderwijsinstellingen kan zoiets aantrekkelijk zijn. De onderwijsinstelling ontvangt liquide middelen die kunnen worden geïnvesteerd in het onderwijs of gebruikt worden om de financiële positie van de instelling te verbeteren. De onderwijsinstelling heeft zelf niet meer de zorgen en het risico van het vastgoedbezit.

Leave a Reply